North Sea Jazz 2007
Waarschijnlijk niet heel verrassend, maar ook dit jaar was NSJ weer super geslaagd. Het weer was uitstekend (wat zowel goed is voor de sfeer als de vele buitenlocaties), de programmering was top en de kwaliteit van de aanwezige artiesten was vanzelfsprekend zeer hoog. Naarmate het aantal door mij bezochte festivals stijgt valt me op dat er steeds minder shows zijn die ik in zijn geheel wil zien. Ik verwordt meer en meer tot een ‘showhopper’ en geniet daar volop van. De sfeer van het festival is dan ook minstens zo belangrijk als de optredens. Verder was het hotel dit jaar (in tegenstelling tot 2006) uitstekend.

Ook dit jaar waren er weer diverse optredens die veel indruk op me gemaakt hebben, alsook de jaarlijkse tegenvallers. Gelukkig heb ik The Roots eindelijk een keer live zien optreden, ze waren (volledig in de lijn der verwachting) subliem! Fenomenaal op elkaar ingespeelde muzikanten, die rondom de Hip-Hop nummers veel de ruimte krijgen voor hun eigen muzikale uitspattingen. Van Hip-Hop in de traditionele zin van het woord is hier eigenlijk geen sprake, het is eerder vette funk, waarbij Rap de gebruikte zangstijl is. Een supertoffe invalshoek vind ik hierbij dat een van de bandleden Tuba speelt (stel je dat maar eens voor: Bouncen op de beat met zo’n instrument om je nek).
Raul Midon, blinde gitaarvirtuoos met krachtige soulstem, is ontegenzeggelijk heel erg goed, maar na 4 nummers had ik het wel gehoord.
India.Arie, met een superstrakke begeleidingsband, klinkt meer dan uitstekend, maar gaat zo op in haar preken en uitleg hoe bepaalde nummers tot stand zijn gekomen, dat de verveling al snel toeslaat, en voor Al Green geldt eigenlijk hetzelfde (die man heeft wel nog steeds een geweldige stem en energie!).

De grootste tegenvaller voor mij was Jamie Lidell, waar ik heel hoge verwachtingen van had. In plaats van een begeleidingsband had hij zijn daaitafels meegebracht en wist hij niet meer dan een onduidelijke wall of sound voort te brengen (ik las later ergens dat hij ook te stoned was voor woorden, wellicht dat dat daar debet aan was).
Snoop Dogg heb ik diverse eerdere malen zien optreden, maar ik moet zeggen dat dat zelden de hoge kwaliteit had die ons deze keer ten deel viel. Uiteraard was het jammer dat Amy Winehouse had afgezegd, al moet gezegd worden dat dat niemand echt verbaaste.
Marcus Miller & Friends vulde deze leemte uitstekend op, al was het jammer dat de set voor het grootste gedeelte gelijk was als de dag daarvoor (dus daar hadden we al van genoten).
De Amsterdam Klezmer Band, Boris en Wouter Hamel waren alle drie kwalitatief uitstekend, maar stonden helaas op een podium waar ze door grote drukte (aan 1 van de doorgaande routes) moeilijk te zien waren.
Candy Dulfer klonk als een huis, maar zoals bekend moet ze het vooral van haar gasten hebben (ze praat teveel tussendoor). Helaas is Prince niet verschenen (al heeft hij de maandag na NSJ wel in Montreux acte de presence gegeven, dus maakt dat het extra jammer). Gelukkig deed Rosie Gaines mee en werd ‘Nothing Compares 2 U’ door haar ten gehore gebracht (letterlijk een kippenvel moment, want dit roept veel fijne herinneringen op aan de Prince concerten van begin jaren 90).

De ultieme ervaring van dit NSJ heb ik tot het laatst bewaard: De terugkeer van Sly Stone op het podium! Ik heb diverse recensies gelezen over dit optreden, en kom daarbij tot de conclusie dat de meeste mensen niet hebben begrepen hoe uniek dit was en hoe belangrijk Sly is geweest voor de ontwikkeling van de hedendaagse popmuziek. Blijkbaar verwachte iedereen een springende en dansende Sly dit wel even een uur en 15 minuten op zou treden. In werkelijkheid was het zijn (extreem goede) band die het merendeel van het optreden voor haar rekening nam. Ik denk dat Sly zelf hooguit 15 minuten op het podium is geweest, maar die hebben op mij een verpletterende indruk gemaakt!!!
Om de man zelf ‘Stand’ en vooral ‘If You Want Me To Stay’ te horen zingen was voor mij zo enorm ultiem, daar schieten woorden voor te kort (wellicht mede omdat dat deze nummers bij mijn absolute favorieten van deze band horen). Bij het tweede nummer heb ik gehuild als een klein kind, vanwege de gelukzalige ontroering dit mee te mogen maken. Misschien dat andere bezoekers zich hebben laten misleiden door het uiterlijk van dit kleine, kromme mannetje met zijn veel te grote pet en t-shirt, maar zijn stem was een weldaad voor het gehoor. Op bepaalde momenten zag je in zijn lach de oude (jonge) Sly terug, het plezier straalde er vanaf. ’s Middags heb ik nog een geweldige documentaire gezien van de zoektocht naar Sly (halverwege de jaren 90), voor hen die het niet wisten: Sly treedt sinds de begin jaren 80  nauwelijks in de openbaarheid, en heeft een leven vol vervelende zaken (drugs, motorongeluk) achter zich. Hij leefde dan ook min of meer als een kluizenaar tot hij begin dit jaar ineens verscheen op de American Music Awards. Na deze onvergetelijke ervaring kan ik gerust stellen dat NSJ 2007 een onuitwisbare indruk op me heeft gemaakt.

Tot slot nog een kort lijstje met de belangrijkste bulletpoints van NSJ 2007:

  • Beste nummer: ‘If You Want Me To Stay’, gezongen door de originele artiest Sly Stone
  • Lekkerste drankje: Ijskoude Margharita met Grand Marnier
  • Beste complete optreden: Sly & The Family Stone
  • Grootste tegenvaller (muzikaal): Jamie Lidell (leek in het geheel niet op zijn fenomenale funky album)
  • Beste bassist: Marcus Miller
  • Grootste meevaller: Het Hotel en de eenvoudige bereikbaarheid van Ahoy
  • Lekkerste hapje: Tapas
  • Grootste tegenvaller (algemeen): de drukte op zaterdag, waardoor het toch weer hier en daar stapvoets verplaatsen geblazen was.